het onderzoek ‘Geloof in zorg’

Profiel en context van christenprofessionals in de zorg: het onderzoek ‘Geloof in zorg’

Bart Cusveller, lector Verpleegkundige beroepsethiek, Christelijke Hogeschool Ede

René van Leeuwen, lector Zorg en spiritualiteit, Gereformeerde Hogeschool

 

Inleiding

Christenen in Nederland voelen aan den lijve dat hun verhouding tot de samenleving verandert. Dit geldt ook voor degenen die in de gezondheidszorg werken. Christelijke zorgverleners zijn niet meer in de meerderheid, zorginstellingen verschieten van kleur, en mentaliteit, beleid en wetgeving in de zorg veranderen mee.

Vraagt dat een andere opstelling van christenen in de zorg? En hoe dan? Hebben christenzorgverleners behoefte aan ondersteuning? Deze vragen komen aan de orde op het landelijke congres voor christelijke zorgprofessionals, ‘Geloof in zorg’. Dat wordt jaarlijks georganiseerd om christenzorgverleners te inspireren en toe te rusten. Maar hoe zien christenzorgverleners zelf wat het vraagt om als christen in de zorg werkzaam te zijn? Daar zijn geen feitelijke gegevens over bekend.

In opdracht van de organisatoren van het congres hebben twee lectoraten van de Christelijke Hogeschool Ede en van de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle, een onderzoek gedaan onder christenen in de zorg. Er werd online een enquête uitgezet onder leden van christelijke organisaties in de zorg (zeg maar, de achterban van het congres ‘Geloof in zorg’). Dat leverde 672 bruikbare reacties op. Voor zover bekend is dit onderzoek onder christenprofessionals het eerste in zijn soort.

De conclusie is dat christenprofessionals in de zorg een eensgezind beeld hebben van wat het is om een christenzorgverlener te zijn. Ook hebben zij een eensgezind beeld van de kansen en bedreigingen in de context waarin zij werken. Maar het profiel van kenmerken blijkt niet helemaal te matchen met de uitdagingen waar deze context hen voor stelt. Toerusting is dus gewenst.

Kenmerken

De enquête bestond uit een aantal onderdelen. Allereerst werd gebruik gemaakt van een vertaalde vragenlijst over kenmerken van christenprofessionals. Deze bevat vragen over de dimensies ‘anderen bekrachtigen’ (empowerment), ‘anderen dienen’ (service) en ‘anderen leiden’ (visioning). Van de 23 antwoordmogelijkheden werd de volgende top 5 aangegeven als belangrijke kenmerken van christenprofessionals:

  1. Vergevingsgezind zijn als mensen fouten maken (90%)
  2. Gedreven worden door waarden die uitgaan boven het eigen belang (85%)
  3. Iedereen in het team waarderen (83%)
  4. Besef uitdragen van een hogere roeping (79%)
  5. Iets leren van degene die men dient (78%)

Hoe belangrijk men deze kenmerken vindt kon men een score geven van 1 (helemaal mee oneens) t/m 5 (helemaal mee eens). Daarbij valt op dat de gemiddelde score op deze vragenlijst 3,75 was, dat wil zeggen tussen ‘noch mee eens noch mee oneens’ en ‘mee eens’ in. Kortom, hoewel er een ranglijst van kenmerken naar voren komt, is het belang dat men er aan hecht over het geheel lauw te noemen.

Anders is dat bij de resultaten van de open vraag die aan dit onderdeel werd toegevoegd: welke kenmerken van een christenzorgprofessional vindt u belangrijk als u het in uw eigen woorden zou zeggen? Van deze mogelijk werd massaal gebruik gemaakt en het belang dat aan deze kenmerken werd gehecht is aanmerkelijk hoger dan bij de vragenlijst: gemiddeld 4,2, dat wil zeggen tussen ‘mee eens’ en ‘geheel mee eens’ in. Uit de antwoorden kwam naar voren de genoemde kenmerken het vaakst vielen onder de volgende begrippen.

  1. Betrouwbaarheid (30%)
  2. Aandacht (16%)
  3. Geloof bij werk betrekken (15%)
  4. Professionaliteit (14%)
  5. Barmhartigheid (12%)
  6. Behulpzaamheid (10%)
  7. Gedrevenheid (3%)

Deze kenmerken vormen een profiel van de christenprofessional in de gezondheidszorg. Daarbij vallen twee dingen op. Ten eerste, de kenmerken die respondenten in hun eigen woorden aandroegen lijken vooral te wijzen op houdingsaspecten, van manieren van zijn. De kenmerken die in de Amerikaanse vragenlijst worden genoemd lijken vooral te wijzen op gedragsaspecten, op manieren van doen. Als dit zo is, en Nederlandse christenzorgverleners scoren lauwer op gedragsaspecten dan op houdingaspecten, dan is een interessante vraag wat dit zegt over de verhouding van Nederlandse christenen tot de samenleving.

Ten tweede, de meeste kenmerken die genoemd werden bij de open vragen lijken vooral te wijzen op houdingsaspecten waarin het geloof of christen-zijn van de zorgprofessional impliciet of indirect aanwezig is. Het christen-zijn blijkt voornamelijk expliciet of direct in het kenmerk dat het geloof bij het werk te betrekken (bijvoorbeeld door te bidden, te evangeliseren of spirituele zorg te verlenen). Het lijkt er wel op dat men de andere kenmerken belangrijk vindt om door voorbeeldgedrag een opening te krijgen voor het gesprek over het geloof. Maar in de kenmerken op zich is dit niet zonder meer transparant aanwezig.

Context

Past dit zelfbeeld van christenzorgverleners nu bij de context waarin zij werken? Wat zien zij voor christenen in de zorg als kansen en bedreigingen? En wat hebben zij nodig om daarmee om te gaan? Daarover werden in de enquête open vragen gesteld. Daar werd ook massaal op gereageerd. Uit de antwoorden bleek dat zij voor christenzorgverleners de volgende kansen zien:

  1. Impliciet getuigen (28%)
  2. Aandacht geven (22%)
  3. Stelling nemen (12%)
  4. Expliciet getuigen (12%)
  5. Professionaliteit (9%)
  6. Spirituele zorg (5%)
  7. Gedrevenheid (5%)

Respondenten reageren positief op mogelijkheden om als christen in de zorg werkzaam te zijn. Wat opvalt is zij dat hiervoor kansen zien waarbij het christenzijn niet expliciet naar voren komt. Het merendeel van de kansen zijn eerder aanleiding tot gesprek over het geloof. Dat past natuurlijk bij de kenmerken die zij belangrijk vinden voor een christenprofessional. Daarbij was het christenzijn bij het merendeel ook niet expliciet aanwezig. Zij zien zichzelf meer werken als “stillen in den lande” dan als profeten.

Geldt dat ook voor de bedreigingen om als christen in de zorg te kunnen werken? Daarover werd een open vraag gesteld en uit de antwoorden kwamen de volgende ontwikkelingen naar voren:

  1. Eigen principes onder druk (26%)
  2. Positie christenen in de samenleving onder druk (26%)
  3. Goede zorg onder druk (26%)
  4. Zelfhantering (13%)
  5. Organisatorische aspecten (5%)
  6. Inkomen, baan onder druk (3%)

De respondenten hebben geen moeite gehad om antwoord te geven op deze vraag en interessant is dat er een uitgesproken top 3 van bedreigingen is. We zien ook hier weer een onderscheid tussen bedreigingen die de expliciete opstelling als christen in de zorg raken (bijvoorbeeld betrokkenheid bij ethische besluitvorming) en bedreigingen die een impliciete opstelling als christen raken (bijvoorbeeld een hart voor goede zorg).

Het is precies hier dat een discrepantie opvalt tussen de kenmerken en kansen die respondenten noemen aan de ene kant en de bedreigingen die zij noemen aan de andere kant. Immers, de kenmerken en kansen geven het beeld dat christenzijn in tweederde van de kenmerken en kansen impliciet meekomt, terwijl tweederde van de bedreigingen juist de expliciete presentie van de christen in de zorg raken. Er is dus een belangrijk deel van de uitdagingen voor christenzorgverleners waarvoor zij bij zichzelf niet de passende kenmerken zien. Kort en goed, zij hebben niet de kenmerken en zien niet de kansen om zich expliciet als christen op te stellen in de zorg wanneer dat door bedreigingen wordt gevraagd. Profiel en context van de christenzorgverlener matchen niet helemaal.

Toerusting

Tot slot bevatte de enquête de open vraag welke onderwerpen een congres als ‘Geloof in zorg’ bij wijze van toerusting aan de orde zou moeten stellen. Uit de analyse kwam naar voren dat de antwoorden geplaatst konden worden onder de volgende thema’s:

  1. Getuige zijn: hoe doe je dat? (30%)
  2. Hoe stel ik mij op bij ethische vragen? (21%)
  3. Wie zorg er voor mij? (19%)
  4. Relatie tussen ziekte en geloof (10%)
  5. Christelijke visies op zorg (10%)
  6. Maatschappelijke ontwikkelingen (6%)
  7. Organisatie en management (4%)

Het merendeel van deze onderwerpen lijkt te bevestigen dat er vooral een ondersteuningsbehoefte is op het gebied van transparantie en participatie van christenen in de gezondheidszorg. We concluderen dat bijbelgetrouwe christenzorgverleners zich herkennen in een profiel waarin impliciete manieren van christenzijn in de zorgverlening sterker aanwezig is scoort dan expliciete. Zij zien in de praktijk kansen die daarmee overeenkomen. Het profiel past niet helemaal bij de ervaren bedreigingen, die meer om expliciete aanwezigheid van het christenzijn in de zorg vragen. De gevraagde toerusting vraagt om ontwikkeling van die transparante kant van het christenzijn in de gezondheidszorg. Dit is vooral een praktische behoefte, een behoefte aan vormen van gedrag. Christenprofessionals vragen niet alleen om kennisoverdracht over ‘hoe het zit’, maar ook om oefening en tools, rolmodellen en best practices van transparante participatie van christenen in de zorg. Het is in dat licht dan ook te hopen dat het congres ‘Geloof in zorg’ een vervolg krijgt en een oefenplaats wordt voor christenprofessionals in de Nederlandse gezondheidszorg.

Een uitgebreid verslag van het onderzoek is te verkrijgen via de website www.geloofinzorg.nl